Met kerstmis zag de halve wereld de nieuwe Netflix-hit Making a murderer. Ruim een maand later heb ik de show nog eens gezien. Ik kon het niet laten. Ik moest ook mijn geliefde de kans geven om te kijken. Ik kon de spoilers niet langer voor me houden. Voor wie de show nog niet gezien heeft, ga dat eerst even doen. Kom dan maar terug.

Goed, nu we onder elkaar zijn, wil ik je aandacht even richten op twee dingen. De eerste is, dat de show echt hartverscheurend, liefdevol en intelligent in elkaar zit. Visueel, dramatisch, in alle opzichten. We zagen honderden wegroestende auto’s in alle seizoenen, een verkleurende trailer als symbool van de verglijdende tijd, een vader en moeder die steeds wankeler achter hun onschuldige zoon blijven staan. We begrijpen ineens dat intelligente mensen de minder gelukkigen een levenslange gevangenisstraf aannaaien. De rijken de armen. De staat de burger. Goliath David – of was dat niet precies andersom? Het gaat in de serie paradoxaal genoeg minder om Steven, dan om de krachten die enkelingen losmaken. Een onbezonnen actie van Steven tegen een vrouw met vrienden. Het verraad van Detective Lenk aan zijn belofte om te beschermen en dienen. De macht van de rechter die in het laatste vonnis Stevens eerste vrijspraak opvoert als bewijs van recidive. De macht van een manipulerende Officier van Justitie – in het bijzonder de geloofwaardigheid van zijn dunne, hoge, meest onschuldige stemgeluid. Ook dit is een vorm van genetische, onverdiende overmacht. Steven had gewoon geen kans, nooit niet. Hij heeft zijn eigen lieve, zachte ouders niet gekozen.

De andere gedachte die in me opkwam nadat ik de serie voor de tweede keer had gezien, was helemaal te danken aan de aandacht die het in de maand erna had gekregen. In The New Yorker las ik over Wiscounsin, de staat waar zich dit alles afspeelt. In de Nieuwe Revue verscheen een overzicht van alles wat de documentaire niet had gehaald, omdat het de zaak van Steven Avery in een ander licht zet. Volgens een van de laatste berichten zou hij zelfs zijn neefje hebben misbruikt: nieuwe redenen om aan zijn onschuld te gaan twijfelen. De media draait maar door. De mythemachine creëerde eerst een psychopaat uit een laagbegaafde jongen – dat was het werk van het dorp, denk ik. In de rechtszaal meende ik weer een hint van de mens terug te zien, dankzij zijn mediagenieke advocaten. De filmmakers veranderden hem weer in een mythe waarin hij groter werd dan zichzelf: een onschuldig slachtoffer, veroordeeld tot een leven achter de tralies. Een symbool voor alles wat er mis is in het Amerikaanse Justice System. De ellende die je krijgt met een jury van twaalf feilbare mensen, vol met groepsdruk, vol onzuivere group think. Tunnelvisie. Steeds weer verdwijnt de mens achter het verhaal.

Stel je hem eens voor zeg, vanmorgen, ontwaakt net zoals jij, uit een droom. Hij neemt een kopje koffie bij het ontbijt in de grote zaal. Een donut erbij. Hij ziet uit naar een telefoongesprek met zijn verloofde. Hij neemt zijn zaak door in zijn cel, doos voor doos, ordner voor ordner. Alles beleeft hij opnieuw, tot hij maar weer eens besluit te poseren voor een muurschildering van een Harley Davidson. Hij glimlacht tot het klikt.