Wie mijn roman heeft gelezen (En het regende brood), had al kunnen vermoeden dat ik deze film niet kon laten liggen. Spotlight. Niet omdat ik wel hou van een goed doordachte film. Ook niet omdat ik mijn kostbare tijd alleen maar besteed aan bewezen kwaliteit – wat natuurlijk niet waar is. Ik kijk zo’n beetje alles wat er maar voorbij komt, zolang het me maar afhoudt van het werken aan mijn nieuwe roman. Nee, het is natuurlijk de onvermijdelijke thematiek: “Het waargebeurde verhaal over de manier waarop de Boston Globe het enorme schandaal en de doofpot van kindermisbruik in het lokale rooms-katholieke aartsbisdom aan het licht bracht, waarmee het de kerk tot op haar grondvesten deed schudden.” (IMDB) Ik kom uit diezelfde kerk. Ik heb er jarenlang gebeden, gestudeerd, gewerkt. Mijn beste jaren heb ik aan haar gegeven, zodat ik in zekere zin nog steeds priester ben, ook al is het jaren geleden dat ik een mis las of een zonde vergaf. Ik heb immers afstand genomen, ben ermee gestopt. Een ex-priester geworden. Uitgetreden. Je zou denken dat ik er wel genoeg van heb, inmiddels. Komt Spotlight niet als mosterd na de maaltijd? Moeten die oude wonden weer opengereten? Ik weet zeker dat veel katholieken dit gevoel hebben. Stop er nou eens mee: het schandaal is voorbij. We hebben een onderzoek ingesteld, schadevergoeding betaald, richtlijnen aangepast. Het is genoeg. De kerk heeft het al moeilijk genoeg. Ik vind dat niet alleen een slecht argument – de slachtoffers kregen levenslang, wie zijn wij om dat maar even te vergeten – maar ook een gevaarlijke gedachte. Als je de film al hebt gezien, dan weet je precies waarom. Je leert er precies hoe de daders hun slachtoffers inpalmden, stapje voor stapje, met het geloof als belangrijk drukmiddel. ‘Grooming’ is de term die iedereen moet kennen. Ik heb er even geen Nederlands equivalent voor – inpalmen klinkt niet smerig genoeg – maar het komt ook hier voor. Ik weet het zeker. Lees het artikel van Thomas Heerma van Voss in de Trouw er maar eens op na. We moeten op onze hoede zijn. Toch is dat niet de belangrijkste reden waarom je moet kijken. Spotlight won de Oscar niet omdat het een waarschuwing laat horen. Zij won niet omdat ze de kerk geen rust laat. Zij won omdat je de journalisten op de huid zit en op de vingers kijkt. Zij won dankzij het team dat uiteindelijk de onderste steen (jawel!) boven kreeg. Fascinerend vakwerk. Je ziet Mark Ruffalo steeds maar aandringen om slachtoffers te mogen spreken, om documenten te mogen inzien. Je ziet Rachel McAdams, die een vertrouwensband creëert met een slachtoffer, maar tegelijk zegt ‘we can’t sanitize this. People need to know’. Ze vraagt door, naar de meest expliciete details. En dan zie je Liev Schreiber, geen katholiek maar een outsider, die als nieuwe chef zijn beste team op de zaak zet en zich meteen absolveert van een abominabele X-men Origins: Wolverine. Dankzij hem gaat eindelijk het licht in Boston branden. Nee, ik vind het niet vreemd, dat Michael Keaton al voor de uitreiking wist dat ze gingen winnen. Spotlight zal je inspireren om zelf journalist te worden. Dat is de ware reden van hun succes. Denk ik. En ik denk dit: Verdomd. Ik heb echt het verkeerde vak gekozen.