Samen met je zoon op Nummerjacht

Nummerjacht

Wat doe je als je kind in een tweede lockdown thuis zit? In de eerste heb je alle speeltuintjes in de wijk al bezocht, alle minibiebs geplunderd en volgestopt, geschommeld in alle parken. In een totaal gebrek aan inspiratie vraag je dan maar aan hem zelf wat hij wil doen. Nummerjacht!

Mijn oudste zei het zonder aarzelen en zijn ogen schitterden. Ik had geen idee wat hij bedoelde, maar ik ging mee in het spel en riep: Prima! Zeg maar wat ik moet doen. Dat is altijd een goede benadering heb ik gemerkt. Vooral niet teveel willen sturen.

Een paar minuten later stonden we buiten met een opgevouwen A4’tje en een pen, en het was fantastisch. Hij vond zomaar een 4. Die ging op het blaadje. Daarna een 5. Nog zo’n mooi nummer. En een 3. En een 31 even later. Het was ongelofelijk, zoveel nummers, en hij was blij met elke vondst. Dan zocht hij een randje op een hek en begon hij te schrijven, ingespannen en precies.

Iemand kwam voorbij en maakte een complimentje. En weer iemand daagde hem uit: heb je mijn nummer al? Die mocht ook op het vel, dat hij had opgevouwen als een boekje, maar het was lastig. Nee, legde ik uit, bij vierentwintig schrijf je eerst de twee, dan de vier. Heel raar ja. Tenslotte kwamen we bij het mooiste nummer van de jacht, een grote 7. Maar dat kwam door die aardige mevrouw die net naar buiten liep met haar zoon. Ze was zo vrolijk dat mijn zoon er een poppetje bij tekende met een glimlach van oor tot oor. Om te onthouden, zei hij. Voor de volgende nummerjacht. Maar eerst nog even ons eigen huisnummer.