Lee Child, Persuader (een mannenboek)

Lee Child, Persuader

Wat een vreselijk spannend boek, deze Lee Child uit 2003. Hij lag te leen in een minibieb – A Jack Reacher novel. Natuurlijk moest die mee, en al had ik veel betere literatuur in huis, toen ik er eenmaal in was begonnen kon ik maar niet ophouden. Gisteren werd het zelfs half twee. Wat is zijn geheim?

Het eerste ingrediënt is simpel: er moet een vreselijke, ondubbelzinnige bad guy aan het hoofd staan. Quinn is zijn naam dit keer. Hoogopgeleid, sadistisch, doodgewaand maar niet echt. Daarbij komt een surrounding cast van zeker zo vreselijke gasten: verkrachters, impotente testosteronjunkies, nare, nare mannen. Als zij hun zin krijgen, als zij wegkomen met hun snode plannen, dan weet je wat er gaat gebeuren, dat heb je ergens in de eerste hoofdstukken van het boek gelezen. De wereld wordt er niet beter op, zullen we maar zeggen.

Het tweede ingrediënt, het zal je niet verbazen bij een mannenboek, is natuurlijk de arme, kwetsbare damsel in distress. En ja, dat klinkt vreselijk zo, seksistisch en niet woke, ergerlijk achterhaald allemaal. Reden genoeg om een hekel te hebben aan het hardboiled genre dat Lee Child weliswaar niet heeft uitgevonden, maar toch wel heeft uitgemolken en geperfectioneerd. Het leven van een aantrekkelijke vrouw staat op het spel, als het even kan van meer dan een. Dominique Kohl, Teresa Justice, Elizabeth Beck heten ze in Persuader. Dat stel plaats je tegenover het groepje psychopaten, en los kun je. Drama verzekerd.

Precies tussen deze krachten van goed (of kwetsbaar) en kwaad (en gewelddadig) staat onze held. Jack Reacher: de boerenslimme held die simpelweg zegt: I try to do the right thing. Dat is alles wat hij heeft. Zijn vaste wil om het goede te doen, niet omdat hij nou zoveel van mensen houdt of zo, geen softe argumenten hier.

I just hate the big guy. I hate big smug people who think they can get away with things.

Zo herkenbaar. Reacher heeft geen vaste woon- of verblijfplaats, geen bagage behalve een tandenborstel en het stel kleren dat hij draagt. Als het vies wordt, koopt hij een nieuwe broek. Of hij leent, of ‘leent’ een nieuw stel van iemand anders, misschien zelfs van iemand die dood is. Misschien zelfs door zijn hand. Dat zou kunnen. Ik zal het niet verklappen.

Zijn armoede levert in elke roman weer aardige scènes op van vrouwen (sorry dames) die hem willen en moeten aankleden. Hem complimenteren over zijn imposante postuur. En dan met hem in bed belanden, natuurlijk. Want dit blijft een mannenboek. Maar Reacher blijft hoffelijk in zijn lust, altijd bereid om de vrouw het initiatief te laten nemen. En al blijft hij aan het eind natuurlijk nooit hangen – hij moet maar door en verder – hij doet dat discreet en vol empathie.

Wat het ook een mannenboek maakt, is Reachers superkracht. De klok in zijn hoofd, waardoor hij op commando kan wakker worden als hij dat wil en altijd weet hoe laat het is, ook zonder horloge. Het is opvallend hoe vaak deze ene bijzondere kracht hem uit de problemen redt. Plus: hij weet alles van wapentuig, van Glocks 19 en 17, van de Persuader van de titel – een of ander kanon van een wapen. En van vechten, man tegen man, maar dan juist niet hoffelijk, maar smerig, om te winnen. Anders dan op de televisie of in de boksring heeft hij nauwelijks meer dan een elleboog nodig. Een knie. Een sigarettenklap.

En zo wint hij, uiteindelijk. Quinn dood, in een zin van niet meer dan 23 woorden. Heel efficiënt, je mist het als je niet oplet. Bijna alle vrouwen gered, dit keer. Of gewroken. En nee, daarmee geef ik niks weg. Dit is hoe het hoort te gaan in het universum van Lee Child. Daar lees je hem voor.

En daarna terug naar Minibieb twee negen zeven.