Koude dagen zijn het. En de wijk voelt vreemd aan. Er staan meer auto’s in de straat dan normaal, en ze blijven de hele dag staan ook. Rijen voor de supermarkten en iedereen moet een wagentje nemen. Iemand met een mondkapje op en handschoenen aan veegt ze schoon. Er is een winkeluurtje voor ouderen. Achter voorruiten hangt een zelfgetekend hartje, bij andere een knuffelbeer. Soms tegelijk, zoals bij ons.

De parken zijn vol, voller dan normaal. Kinderen schieten over een skatebaan, hangen in de familieschommel, voetballen met een vader. Ze glijden zonder handschoenen over de stalen speeltoestellen, alsof ze niet voelen hoe koud ze zijn. Maar niemand hoest en ik zie weinig snotneuzen. Wel eentje bij mijn jongste, maar daar heb ik een zakdoekje voor.

Er blaast een felle wind uit het Oosten, dat zal het zijn. In mijn schrijfkelder is het zo koud, dat ik er alleen met twee truien over elkaar kan zitten om te werken. En dan nog vriezen mijn vingers eraf. Tijd voor een kachel, besluiten we, eentje die op wifi werkt en die we laten bezorgen, zoals we alles laten bezorgen tegenwoordig. Kan ik lekker werken, tot de kinderen weer naar buiten moeten om uit te razen en blazen.

Nog steeds is het koud, maar je kunt ze niet eeuwig binnenhouden. Dus lopen we weer haastig langs die opgeschoten jongens met hun skateboards die nog geen seconde inhouden als we voorbijkomen. Ze stappen zomaar onze bubbel van anderhalve meter binnen.

Maar dan prikt de zon heel even door de koude dagen en voelt het alsof met de zomertijd ook de lente is gekomen. Een nieuw seizoen, zoals elk jaar. Nieuwe hoop.

%d bloggers liken dit: