schrijver

Stefan van Dierendonck

Geboren in Gemert, Noord-Brabant. Opgegroeid in Budel. Gestudeerd in Den Bosch, Rome en Nijmegen. De eerste dertig jaar van mijn leven heb ik vastberaden toegewijd aan een verhaal dat groter was dan het mijne. Een parabel van zonde en verlossing, een belofte van genezing. Een fictie, zeg ik nu. God, wat mis ik die tijd. En nu? Het tijd is voor een nieuw verhaal.

Website Stefan van Dierendonck © Keke Keukelaar

Veelgestelde vragen

Geloof je nog?

Dit is absoluut de meest gestelde vraag die ik krijg. Of de voormalige priester nog gelooft. Meestal zeg ik dan, dat ik nog steeds geloof in de liefde. Of dat ik een optimist wil zijn, die liever niet aan zijn kinderen wil leren dat het universum het slecht met ons voor heeft. Want wie goed doet, et cetera. Dat we allemaal met elkaar verbonden zijn – of tot elkaar veroordeeld – op die kleine blauwe knikker die we de aarde noemen. Als je in de natuur bent, dan voel je dat soms ook diep vanbinnen. Tot je in die hondendrol stapt natuurlijk.

Soms denk ik dat ik het onnodig moeilijk maak met zo’n antwoord. Kan ik niet gewoon zeggen: nee, mijn kinderen heb ik niet laten dopen, ik ga nooit naar de kerk, ik biecht of bid niet meer. Ik ben net als ieder ander, tegenwoordig. En dat is allemaal ook waar. Maar dat is niet het hele verhaal. Ik weet nog hoe het was om te geloven en als ik mijn ogen dicht doe, dan ben ik daar weer. Het maakt nog steeds deel uit van de persoon die ik nu ben, en ik weiger dat deel op te geven. Dus ja. Ik ben geen steek veranderd. Dus nee. Want alles is anders. 

Nou ja, zoiets dus.

 

Waarom ben je romans gaan schrijven?

Omdat ik het niet laten kan. Omdat het zo lekker voelt (dit heb ik gestolen van Haruki Murakami). Omdat het nu eenmaal zo gebeurde: ik begon te schrijven, na een tijdje had ik een manuscript waar ook nog interesse voor was. Omdat ik het niet kan laten om een goede boodschap te verspreiden, of tenminste een boodschap. Of, nou ja, ik weet het ook niet. Romanschrijvers hebben over het algemeen weinig inzicht in hun drijfveren, en als ze het wel hebben, dan moet je vooral niet vertrouwen wat ze daarover opschrijven. Of wat denk je van dit antwoord: Alles is fictie. Waarom er dan geen roman van maken?

Hoeveel heb je nou verkocht?

Weer zo’n vraag waar ik geen duidelijk antwoord op kan geven, maar dit keer niet omdat ik er gemengde gevoelens bij heb. Noem het gerust irritatie. Vooral op feestjes beginnen ze erover. Ja, je hebt een roman of twee geschreven, maar het levert zeker niets op, toch? En dan vragen ze naar aantallen, jaarcijfers, omzet, alles wat ik niet met schrijven associeer. En ik snap het wel. We leven in een neoliberale wereld waarin alles van waarde in geld wordt uitgedrukt. In euro’s. Want de schoorsteen, de hypotheek, et cetera. Ik snap het prima, maar ik vraag heb ook niet wat ze elke maand op de loonstrook bijgeschreven krijgen, of wat hun huis heeft gekost. En als ik het vraag, dan weigeren ze te antwoorden. Gelukkig maar. Want anders moest ik ook met de cijfers komen.